Homologatie bij faillissementen wordt mogelijk

Vanaf 1 juli 2020 wordt een homologatie bij faillissementen mogelijk.

De Faillissementswet wordt aangepast. Als uw bedrijf in financiële problemen is, kunt u een akkoord sluiten met uw schuldeisers. De rechtbank kan overgaan tot homologatie (bevestiging) van dit akkoord. Schuldeisers of aandeelhouders die niet met het akkoord instemmen, kunnen toch aan het akkoord worden gebonden.

Ook buiten faillissement wordt een dwangakkoord mogelijk. Ondersteunt de grote meerderheid van de schuldeisers een doorstart? Dan kan een enkele of een minderheid van schuldeisers of aandeelhouders deze doorstart niet tegenhouden.

U mag als ondernemer in financiële moeilijkheden een akkoord sluiten met schuldeisers om daarmee problematische schulden te herstructureren. De rechter kan deze overeenkomst goedkeuren (homologatie).

De Wet homologatie onderhands akkoord in faillissement (WHOA) gaat naar verwachting in op 1 juli 2020.

Bron: ondernemersplein

De corona-crisis en uitbreiding van liquide middelen: uitstel van betaling

Het eenzijdig staken van betaling in crisistijd kan voor een moeilijk beheersbaar domino-effect zorgen dat uiteindelijk alle ondernemers uit de keten treft. Net als bij file op de snelweg doen ondernemers er goed aan om gezamenlijk de aanpassing in geldstromen in te zetten, en een teruggang in omzet gezamenlijk op te vangen, teneinde de onzekerheid, conflicten, kosten, boeten, rente en proceskosten te vermijden.

Voor veel ondernemingen brengt de corona-crisis ook liquiditeitsproblemen. Overheden en banken tonen bereidheid om hieraan mee te werken door akkoord te gaan met het uitstellen van betalingen naar een later moment. Op die manier is er extra financiering en hebben zij meer kans om de een faillissement te voorkomen. Daarbij zijn alle partijen uit de keten, maar ook banken en overheden en werknemers gebaat.

Belastingdienst; Kort uitstel
De belastingdienst zal voor ondernemers bijzonder uitstel van betaling toestaan voor loonbelasting, omzetbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Ook de voorwaarden voor het aanvragen van uitstel van betaling zijn versoepeld (Lees de memorie van het Ministerie van Financiën). Het verzoek om uitstel van betaling kan men indienen via een brief naar de Belastingdienst. Vanaf het moment van de melding wordt de invordering van belastingschulden stopgezet, waarmee de ondernemer uitstel van betaling krijgt en extra geldruimte.
Het uitstel kan pas worden aangevraagd als een aanslag is opgelegd. Voor de omzetbelasting en de loonbelasting betekent dit dat de Belastingdienst eerst een naheffingsaanslag (zonder boete) oplegt wegens het uitblijven van de betaling.

Langer uitstel
Om een nader uitstel te vragen van langer dan drie maanden zal aan de belastingdienst aanvullende informatie moeten worden verstrekt. De Belastingdienst dient immers te beoordelen of de coronacrisis hoofdzakelijk de oorzaak is van de financiële problemen. Het is nog niet duidelijk welke informatie nodig is en hoe deze dient te worden aangeleverd, maar het is wel verstandig om de eerstkomende maanden zoveel mogelijk informatie vast te leggen om het bewijs daarvoor te leveren.

Voorlopige aanslag
Ondernemers die een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting ontvangen kunnen een verzoek indienen om de voorlopige aanslag te verminderen of op nihil te stellen indien zij een lagere winst verwacht. Op grond daarvan kan de belastingdruk op korte termijn direct minder worden. De liquiditeitspositie van ondernemers wordt hiermee eenvoudig verbeterd.

Aangifte doen
Van belang is echter wel dat de ondernemer tijdig en volledig aangifte blijft doen. Zonder aangifte kan men geen uitstel van betaling vragen. De Corona Crisis kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen ook een oorzaak opleveren voor het niet kunnen doen van aangifte. De gegevens uit de aangiften zijn immers noodzakelijk voor bijvoorbeeld de NOW .

Uitstel van verplichtingen jegens banken en andere financiers
Enkele banken zoals de ING, ABN AMRO, Volksbank, Rabobank en Triodos Bank geven kleinere ondernemingen (zakelijke klanten met een financiering tot € 2,5/3 miljoen ) zes maanden uitstel van aflossing op hun lopende leningen. Meer informatie vindt u op de website van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Voorwaarde is dat het gaat om in beginsel gezonde ondernemingen. Voor ondernemingen die reeds onder bijzonder beheer bij hun bank stonden geldt deze versoepeling vermoedelijk niet. Deze gezamenlijke aanpak van banken biedt ruimte voor zakelijke klanten in alle sectoren met een financiering tot € 2,5/3 miljoe

Hypotheek; aflossing en rentebetaling
Voor particulieren en bedrijven wordt aanbevolen zelf contact op te nemen met de bank om de mogelijkheid te bespreken voor een uitstel voor het betalen van rente en aflossing op een hypotheek Veel banken geven aan dat er een mogelijkheid is van een uitstel voor drie maanden

Gemeenten
Ook lagere overheden zoals gemeenten bieden ondernemers uitstel van betaling voor gemeentelijke heffingen en belastingen teneinde te voorkomen dat zij in de problemen komen. Per gemeente dient u de publicaties te volgen omdat de voorwaarden en de wijze waarop het uitstel aangevraagd moet worden per gemeente verschilt

Crediteuren
Leveranciers kunnen een versoepeling bieden voor de vaste betalingstermijn (30 of 60 dagen). Ook hier geldt dat dit in overleg met de leverancier plaatsvindt. Het eenzijdig staken van betaling kan immers voor een domino-effect zorgen, dat moeilijk beheersbaar wordt, en voor alle ondernemers uit de keten uiteindelijk negatief kan uitwerken. Net als bij file op de snelweg doen ondernemers er goed aan om een teruggang in omzet gezamenlijk op te vangen, teneinde de onzekerheid, conflicten, kosten, boeten, rente en proceskosten te vermijden.

Hebt u als ondernemer behoefte om nadere en meer specifieke mogelijkheden voor de uitbreiding van financiering te bespreken, neem dan contact op met 0900-advocaten, stuur een email aan info@advocaten.nl of vul een formulier in op de website.

Meldplicht buitenlandse werkgevers en zelfstandigen met een tijdelijke opdracht

Een opdrachtgever van een buitenlandse dienstverrichter moet vanaf 1 maart 2020 controleren of de buitenlandse werknemers zijn gemeld en of de melding klopt. Bij fouten moet de opdrachtgever dit aanpassen in het online meldloket.

Bent u opdrachtgever van een buitenlandse dienstverrichter? Of bent u zelf een buitenlandse dienstverrichter? Buitenlandse werkgevers moeten hun werkzaamheden en de komst van werknemers die tijdelijk in Nederland gaan werken, vooraf melden. Dit doen zij via het Nederlandse online meldloket.

De opdrachtgever moet controleren of de buitenlandse werknemers zijn gemeld en of de melding klopt. Bij fouten moet de opdrachtgever dit aanpassen in het online meldloket.

De meldingsplicht geldt voor zelfstandigen in sommige sectoren en werkgevers uit de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland die tijdelijk in Nederland gaan werken. Dit zijn:

  • zelfstandigen en werkgevers die met eigen personeel naar Nederland komen
  • multinationale bedrijven die medewerkers detacheren naar een eigen vestiging in Nederland bureaus die uitzendkrachten in Nederland laten werken

De meldingsplicht gaat in op 1 maart 2020.

Werkgevers en zelfstandigen kunnen hun tijdelijke opdrachten die op of na 1 maart 2020 beginnen vanaf 1 februari 2020 alvast indienen.

Bron: ondernemersplein

Consumentenkoop: omgekeerde bewijslast bij gebrekkig product

Indien u een ondeugdelijk product hebt gekocht in een winkel of webshop kunt u de zaak retourneren of laten repareren. Dit kan in veel gevallen ook ruim buiten de garantietermijn. De levensverwachting van een product is daarbij belangrijk

Soms bent u niet tevreden over een nieuw gekocht product, eenvoudig omdat het kort na aankoop al gebreken vertoont. Bijvoorbeeld, een koelkast die niet meer koelt en die u pas 6 maanden hebt gebruikt. Maar als je iets koopt, dan heb je recht op een goed product.

In veel gevallen is sprake van een ondeugdelijk product en kunt u de zaak retourneren of laten repareren. Is het nodig dat uw bewijst dat u de koelkast niet zelf kapot hebt gemaakt?

Omgekeerde bewijslast

De wetgever bepaalt dat indien een product binnen zes maanden na aankoop defect blijkt te zijn, het vermoeden is dat het product al bij aankoop gebrekkig was. Dit geldt alleen voor zaken die u als consument-koper hebt gekocht bij een professionele verkoper. U hoeft dan alleen aan te tonen dat de koelkast het niet doet. Alleen indien de verkoper bewijst dat de koper door opzet de zaak zelf kapot heeft gemaakt is de verkoper verplicht is de koper verplicht deze terug te nemen of te repareren op zijn kosten. Er is dus sprake van een omgekeerde bewijslast.

Garantie binnen de garantietermijn

Gedurende de garantieperiode heeft de koper recht op gratis reparatie of vervanging. Gaat het product binnen 6 maanden na aankoop kapot, dan geldt dus het wettelijk vermoeden dat het product al gebrekkig was toen u het kocht. U hebt dan recht op gratis herstel of vervanging. Dit is alleen anders indien de verkoper bewijst dat u het product verkeerd hebt gebruikt.

Veel producten worden verkocht met een fabrieksgarantie of bijgekochte winkelgarantie. Deze garantie verlengt dan de wettelijke garantietermijn van 6 maanden. Wettelijk gezien heb u echter al recht op gratis herstel of vervanging als het product eerder stuk gaat dan u in redelijkheid mocht verwachten van een dergelijk product.

Een voordeel van deze extra garantie is dat je meestal niet hoeft te bewijzen dat je het product op de juiste manier hebt gebruikt. Wel kan de verkoper onderzoeken of je het product niet zelf hebt stukgemaakt. Als hij dat kan bewijzen, dan vervalt je garantierecht (zelfs je wettelijk recht op garantie).

Soms heeft de fabrikant een goede aanvullende garantie en kun je daar een beroep op doen. Weet wel dat de verkoper altijd verantwoordelijk blijft voor een juiste oplossing. Met de verkoper heb je namelijk een koopovereenkomst, niet met de fabrikant. De fabrikant mag dus ook minder bieden dan de wet en voorwaarden verbinden aan deze extra garantie, zoals het rekenen van onderzoekskosten.

Garantie buiten de garantietermijn

Ook na de garantieperiode van de winkel of fabrikant is er nog een mogelijkheid op gratis herstel of vervanging. U hebt immers volgens de wet in beginsel recht op een deugdelijk product. U moet dan wel aantonen dat het product buiten uw schuld kapot is gegaan.

De levensverwachting van een product

Van een product mag u immers verwachten dat u een product een bepaalde tijd zonder problemen kunt gebruiken. Een koelkast gaat doorgaan 5 jaar of langer zonder problemen mee. Dit noemt men de levensverwachting. De levensverwachting van een product is natuurlijk afhankelijk van de prijs, het soort product en het merk. Zo mag u verwachten dat een koelkast langer meegaat dan een gloeilamp.

Gaat een product bij normaal gebruik eerder stuk dan redelijkheid is te verwachten of functioneert het gebrekkig, dan moet de verkoper het product gratis herstellen of vervangen. U moet wel aantonen dat het product gebrekkig is en dat de levensverwachting langer is.

Alleen indien het de verkoper niet in staat is om binnen een redelijke tijd het product te herstellen of te vervangen, dan kunt u de koop ontbinden en het aankoopbedrag terugvragen. U kunt dan echter ook om een prijsvermindering vragen, indien u het product wil houden, en de verkoper is verplicht een deel van het aankoopbedrag terug te betalen.

Welke verplichtingen heeft de verkoper bij herstel of vervanging?

De vervanging of reparatie moet binnen een redelijke termijn gebeuren en zonder veel overlast. Duurt de reparatie langer dan 3 weken dan kun je vragen om een tijdelijk vervangende zaak. Is de verkoper niet in staat te repareren of te vervangen binnen een redelijke termijn, dan kunt u de koop ontbinden en geld terugvragen.

Een garantieperiode loopt vanaf de dag van aankoop zonder onderbreking. De garantietermijn gaat niet opnieuw lopen na een reparatie tijdens de garantieperiode.

Ook een tweede hands koper kan een beroep doen op de garantie. Indien u de koelkast verkoopt aan uw buurman, verhuist de wettelijke garantie en de extra garantie van de verkoper (voor de overgebleven duur) in mee naar de nieuwe eigenaar. Voor sommige zaken met een fabrieksgarantie kunnen de garantievoorwaarden dit beperken.

De consumentenkoop

De regels voor consumentenkoop beschermen de consument, tegen de professionele partij. De meeste bepalingen zijn dwingend recht: er mag niet van worden afgeweken door de verkoper, en de koper kan er altijd een beroep op doen.

Als je als consument een zaak koopt in een winkel als in een webshop, dan noemen we dat een consumentenkoop. De consumentenkoop is geregeld in artikel 7:5 lid 1 BW.

De regels voor consumentenkoop beschermen ‘de zwakkere partij’, de consument, tegen de sterkere professionele partij. Veel van deze regels zijn tot stand gekomen onder invloed van de Europese Unie. De koopovereenkomst in het algemeen is geregeld de artikelen 7:1 t/m 7:50 BW. De bepalingen voor consumentenkoop kan men herkennen aan de toevoeging ‘bij een consumentenkoop’. De meeste bepalingen zijn dwingend recht: er mag niet van worden afgeweken door de verkoper, en de koper kan er altijd een beroep op doen.

Voor wie geldt het consumentenkooprecht?
Het consumentenkooprecht bevat rechten en plichten van koper en verkoper bij een consumentenkoop. Aan de ene kan dus de consument, niet de zakelijke koper, een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
En aan de andere kant de professionele verkoper, de winkel of webshop. Er is pas sprake van consumentenkoop als voldaan is aan de vereisten dat de koper een consument is en de verkoper een professionele partij. Een overeenkomst tussen 2 particulieren via marktplaats valt hier dus niet onder. Koopt u als ondernemer een computer voor uw zaak, dan is dat ook geen consumentenkoop.
Het gaat om alle soorten roerende zaken, maar ook elektriciteit. Een roerende zaak is een tastbaar voorwerp dat niet onroerend is, zoals een woning of grond.

Wat wordt in het consumentenrecht geregeld?
In de wet worden voor de consumentenkoop voornamelijk de plichten van de verkoper en de rechten van de consument geregeld. Slechts enkele bepalingen zijn opgenomen om de winkelier in de detaillhandel te beschermen tot bescherming van de belangen van de detailhandel in het algemeen.
De belangrijkste bepalingen voor de consumentenkoop zijn

  • de omgekeerde bewijslast bij gebrekkig product
  • garantiebepalingen
  • omtrent prijsverhoging
  • schriftelijkheidsvereiste voor de koop op afstand
  • de regels omtrent Colportage en telefonische verkoop
  • regels over onredelijke algemene voorwaarden
  • informatie die de verkoper aan de consument moet verstrekke

Op deze pagina`s leest u meer over de consumentenkoop.

Koop op afstand, via internet of telefoon

Sinds enkele jaren heeft de internet webshops een grote vlucht genomen, reden waarom de wetgever voor consumenten bij koop op afstand een aantal extra rechten heeft vastgelegd.

Wat is koop op afstand? Als je een product koopt via internet, een postorderbedrijf, de telefoon, een bestelformulier uit gedrukte media of per fax, dan noemt men dat in de wet ” koop op afstand”. In al die gevallen heb je geen persoonlijk contact hebt met de verkoper, Koop je dus een product aan de deur dan is dat geen koop op afstand.

Sinds enkele jaren heeft de internet webshops een grote vlucht genomen, reden waarom de wetgever voor consumenten bij koop op afstand een aantal extra rechten heeft vastgelegd. Sinds 2014 worden consumentenrechten voor koop op afstand geregeld in de artikelen 6:230m tot en met 6:230s van het Burgerlijk Wetboek.

De regels voor koop op afstand gelden zowel voor producten als diensten, zoals bijvoorbeeld een online taalcursus. Overigens gelden voor consumenten ook de normale wettelijke regels van consumentenkoop.

Bedenktijd

Een belangrijk recht voor de consument is de wettelijke bedenktijd van 14 dagen. Die gaat in op de dag nadat je het product hebt ontvangen of vanaf het moment dat je de dienst bent overeengekomen. Overigens mag je gebruikmaken van de bedenktijd en van de koop afzien nog voordat het product geleverd is.

Koop je zowel een product een dienst (bijvoorbeeld een airconditioner met een onderhoudscontract) dan loopt de bedenktijd vanaf de dag nadat het product is ontvangen. Bij levering van een reeks van producten (denk aan een tijdschriftenabonnement) dan begint de bedenktijd te lopen vanaf de eerste levering.

Populair zij tegenwoordig internetveilingen. Ook hier geldt de bedenktijd van 14 dagen, maar bij vakantieveilingen geldt een uitzondering; als het gaat om een aanbieding met een vaste datum of periode. Op vakanties zonder vaste periode of datum geldt de bedenktijd wel.

Afzien van de koop binnen de bedenktijd

Wat betekent de bedenktijd? Door gebruik te maken van het modelformulier herroeping (dit is de verkoper verplicht op zijn website te plaatsen) kan men het product terugsturen. Het kan natuurlijk ook gewon per brief of email waarin u afziet van de koop Na dat de brief of email is verstuurd heb je slechts 14 dagen om de zaak terug te sturen.

Verder geldt een termijn van 14 dagen na de brief of email waarbinnen de verkoper het aankoopbedrag. Hij mag daarmee wachten totdat de verkoper het product terug heeft ontvangen of een bewijs van verzending heeft ontvangen.

De verkoper moet zowel het aankoopbedrag als de bezorgkosten terugbetalen De verkoper mag alleen de kosten van retourzending in rekening brengen, mits hij vooraf de koper daarover heeft geïnformeerd.

Informatieplicht van de verkoper

De verkoper is verplicht op de website of in de aanbieding de koper de volgende informatie te verstrekken:

  • de bedenktijd die je hebt.
  • op welke manier, binnen welke termijn en onder welke voorwaarden je van de koop af kunt én
  • een voorbeeld of een link naar het modelformulier herroeping dat je kunt gebruiken.
  • Verder moet de verkoper op de website de volgende algemene informatie geven:
  • informatie over het bestelproces, de belangrijkste kenmerken van het product of de dienst, de levertijd, de prijs, bijkomende kosten, de bedenktijd, duur van de overeenkomst, garantie, klachtenregeling en gegevens van het bedrijf (klantenservice, postadres en fysiek bezoekadres).
  • De informatie moet makkelijk vindbaar en duidelijk leesbaar zij
  • De informatie dient uiterlijk bij de bevestiging van de aankoop, of bij levering van het product of voor aanvang van de dienst door de verkoper zijn verstrekt.
  • Voor digitale producten moet informatie worden gegevens over comptabiliteit van hardware en software, beveiligingsvoorzieningen en op welke media de diensten gebruikt kunnen worden.

Wordt deze informatie niet op de website of de aanbieding vermeldt dat wordt de bedenktijd automatisch met maximaal 12 maanden verlengd. Nadat de verkoper de informatie alsnog verstrekt dan duurt de bedenktijd vanaf dat moment nog 14 dagen.

Wanneer heb je geen bedenktijd?

Je hebt geen bedenktijd bij:

  • Reizen, vervoer, logies, catering en andere vrijetijdsbesteding.
  • Tijdschriften of kranten. (voor een abonnement op een tijdschrift of krant via internet, geldt de bedenktijd van 14 dagen wel)
  • Maatwerkproducten zoals een maatpak, drukwerk, een fotoalbum of sieraden naar specifiek ontwerp.
  • Bederfelijke producten of met een beperkte houdbaarheid, zoals voedsel of bloemen.
  • Producten die wegens gezondheidsredenen niet geschikt zijn om teruggestuurd te worden. Voorbeelden hiervan zijn ondergoed en badkleding, tenzij de verzegeling of verpakking in tact blijft.
    Een bestelling via telefonische of internet bij een bedrijf dat zich niet specifiek richt op verkoop op afstand, bijvoorbeeld een telefonische bestelling bij de bakker.
  • Cd’s en dvd’s waarvan de verzegeling na levering is verbroken.
    Een product dat men digitaal kan downloaden (film, muziek, games), waarbij je hebt verklaard dat je afziet van je bedenktijd. De verkoper moet dit bevestigen voordat het product wordt gedownload.
  • Spoedreparaties: voor een spoedreparatie of spoedonderhoud bijvoorbeeld bij een lekkage of een kapotte verwarming.
  • Een dienst (bijvoorbeeld timmer- of schilderwerkzaamheden) die al binnen de bedenktermijn helemaal klaar is. Ook hier geldt dat je hebt ingestemd met de start van de werkzaamheden binnen de bedenktijd én je hebt verklaard dat je afziet van de bedenktijd.

Gaat het om een dienst voor langere tijd, die echter al binnen de bedenktermijn ingaat, dan geldt alsnog dat je binnen 14 dagen na dat de dienst is aangevangen alsnog de overeenkomst ontbinden. Als voorbeeld geldt een telefoon abonnement of een datingssite.

Recht tot beoordeling van het product

In de winkel kun je een product beoordelen door dit te gebruiken of aan te passen. Dat geldt voor koop op afstand bij net zo, met enkele uitzonderingen. Je moet bijvoorbeeld kleding en schoenen kunnen passen. Je mag ook de verpakking openmaken om het product te bekijken, als je dit maar netjes doet. Maar je mag het product niet daadwerkelijk gaan gebruiken door een kilometer met de schonen over straat te gaan lopen of kleding te gaan dragen naar een feestje. Aanpassen mag natuurlijk wel.

Blijkt duidelijk na ontvangt van de retourzending dat het product is gebruikt terwijl dat niet nodig was ter beoordeling dan mag de verkoper een vergoeding vragen.

Verdere regels die gelden voor het bestelproces

  • Het bestelproces moet zodanig zijn ontworpen dat klikfouten makkelijk kunnen worden gecorrigeerd.
  • voor extra diensten waarvoor kosten worden gerekend zoals een annuleringsverzekering mogen vooraf niet zijn aangevinkt.
    Zolang vooraf wordt vermeldt mag de verkoper kosten in rekening brengen voor een internet betaling.
  • Op de webpagina van het online bestelproces moet worden vermeld dat men een betalingsverplichting aangaat na het klikken op “akkoord”. Als dit niet uitdrukkelijk wordt gemeld dan is men niet aan de overeenkomst gebonden.

Bij telemarketing- overeenkomsten tot het verrichten van diensten komt de overeenkomst pas tot stand als de overeenkomst schriftelijk of via de e-mail uitdrukkelijk is bevestigd. Als voorbeeld geldt diensten tot levering van gas en elektra, water, mobiele telefonie of een CV-onderhoudsabonnement.

Verplichte levertijd

Wordt een product niet binnen 30 dagen na aankoop geleverd, dan dien je de verkoper eerst een redelijke termijn aan te zeggen om alsnog te leveren. Is die termijn verstreken, dan kun je de overeenkomst ontbinden en het aankoopbedrag geldt terugvragen.

De stiefouder en kinderalimentatie

De ouders zijn samen financieel verantwoordelijk voor de kosten van levensonderhoud hun minderjarige kinderen. Die verantwoordelijkheid bestaat tot het 21 jaar. Indien ouders gaan scheiden blijft die verantwoordelijkheid voor beide ouders in beginsel bestaan.

Een ouder betaalt aan de andere ouder een maandelijks kinderalimentatie.

Indien een ouder hertrouwd of een geregistreerd partnerschap aangaat dan wordt de nieuwe partner (de stiefouder) eveneens onderhoudsplichtig voor uw kinderen. In art. 1:395 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat een stiefouder in zo`n geval verplicht is tot het verstrekken van levensonderhoud aan zijn/haar stiefkinderen die tot zijn gezin behoren.

Of een kind tot het gezin van de stiefouder behoort wordt volgens de literatuur ruim uitgelegd. Behoort een stiefkind niet tot het gezin van de stiefouder dan heeft de stiefouder formeel geen onderhoudsplicht.

Waar de streep wel scherp wordt getrokken is of er sprake is van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Is er alleen sprake van samenwoning, dan bestaat die verplichting niet. Of er sprake is van family life als bedoeld in art. 8 EVRM is niet relevant.

Gevolgen van de onderhoudsverplichting.

Indien de onderhoudsplicht van de stiefouder vaststaat, krijgt de stiefouder vanaf de datum van het aangaan daarvan een financiële verplichting naar de stiefkinderen toe. De draagkracht van de stiefouder zal dus moeten worden bepaald om de verdeling van de kosten voor de kinderen over de ouders te kunnen berekenen.

De procedure tot vaststelling en de stiefouder

De stiefouder wordt zelf niet in een gerechtelijke procedure aangesproken tot onderhoudsplicht. De stiefouder wordt in de wet rechter niet als belanghebbende aangemerkt. Hij/zij mag ook niet bij de zitting aanwezig zijn. Alleen diens partner, de echtgenoot en de biologische ouder van het kind, wordt daartoe aangesproken.

Toch doet de stiefouder er verstandig aan zijn of haar financiële gegevens te overleggen aan de rechter, omdat bij gebrek aan die informatie de rechter een ruwe schatting geeft van die draagkracht, doorgaans in het nadeel van die stiefouder. Het risico is dat de kinderbijdrage te hoog wordt vastgesteld.

Mocht het tot een juridische procedure komen dan wordt is de stiefouder dus wel gehouden is zijn/haar financiële stukken in de procedure te overleggen zodat de draagkracht berekend kan worden.

De andere ouder

Maar betekent dit nu dat de andere ouder in het geheel geen alimentatieplicht meer heeft? Gelukkig niet. In beginsel zijn de verplichtingen van de ex-partners en van de stiefouder van gelijke rang. De rechter zal echter bij de bepaling van de kinderbijdrage de een nauwere verwantschap tussen de biologische ouders en het kind dan tussen de stiefouder en het kind laten meewegen.

Rechtspraak

De rechter beoordeelt in de praktijk per geval in hoeverre een stiefouder naast de ouders tot een bijdrage verplicht is.Alle feitelijke omstandigheden worden daarbij in aanmerking genomen, maar dit brengt ook mee dat de rechtspraak over dit onderwerp vrij casuïstisch is

Einde alimentatieplicht

Tot slot is van belang dat de verplichting van de stiefouder jegens zijn niet biologische kinderen weer eindigt zodra het huwelijk weer wordt ontbonden. Overigens is er een wetsvoorstel in de maak dat de onderhoudsplicht van de stiefouder definitief beëindigd. Wanneer dit tot een wet wordt is nog onbekend

Voor meer informatie kunt u bellen met 0900-advocaten of een email zenden aan advocaten.nl.

Nieuwe Regels Partneralimentatie

Op 1 januari 2020 gaan de wet herziening partneralimentatie in. Volgens de nieuwe wet wordt de duur van de partneralimentatie na echtscheiding ingekort. De maximale termijn is nu 12 jaar en dit wordt teruggebracht naar maximaal 5 jaar.

De nieuwe wet partneralimentatie gaat gelden voor partneralimentaties die na 1-1-2020 worden vastgesteld. Indien voor die datum afspraken over partneralimentatie zijn vastgesteld, dan blijven die onverkort gelden, en daarop heeft de nieuwe wet geen invloed. afspraken hebt, deze gewoon zo blijven. De nieuwe wet verandert niets aan de huidige situatie.  Het wetsvoorstel is alleen van toepassing op nieuwe alimentatieafspraken.

In welk geval geldt de nieuwe wet?

Ook als vóór 1 januari 2020 al een verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend bij de rechtbank dan blijven de huidige maximale termijnen gelden.

De huidige regeling

De huidige alimentatieplicht duurt 12 jaar met een mogelijke uitloop voor bijzondere gevallen. Voor huwelijken korter dan 5 jaar geldt nu reeds een beperkte alimentatieduur, gelijk aan de duur van het huwelijk. Die uitzondering geldt dan weer niet voor huwelijken waarin nog minderjarige kinderen uit dit huwelijk zijn geboren.

Beperkte duur alimentatieplicht

De wet beperkt de duur van de partneralimentatie. De kinderalimentatie blijft onveranderd tot 21 jaar. De duur van de partneralimentatie wordt vanaf 1-1-2020 de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. Wie 3 jaar getrouwd was, moet dus 1,5 jaar kan dus gedurende maximaal 18 maanden alimentatieplichtig worden.  De duur vangt  aan op de dag van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.

De duur van de alimentatie in het voortraject, dus tijdens de echtscheidingsprocedure, die in theorie meer dan een jaar kan duren,  wordt daarin niet meegeteld.

Verschil met de huidige regelingen

In de huidige wet geldt reeds dat voor een huwelijk van maximaal 5 jaar de alimentatieplicht dezelfde duur als het huwelijk heeft, tenzij er nog minderjarige kinderen zijn die in het huwelijk zijn geboren. In dat geval blijft de alimentatieplicht nog 12 jaren.

Huwelijken met jonge kinderen

In de nieuwe wet geldt dat die alimentatieplicht dus wordt gehalveerd, en niet langer dan 5 jaar kan duren. Ook hier geldt echter dat, in geval er kinderen jonger dan 12 jaar in het huwelijk zijn, de alimentatieplicht blijft bestaan tot het jongste kind 12 jaar is.

Bij huwelijken met kinderen, die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt, wordt de duur van de partneralimentatie maximaal 12 jaar, ongeacht de duur van het huwelijk of de leeftijd van de partners.

Indien in het huwelijk nog minderjarige kinderen zijn, kan de partneralimentatie dus maximaal nog 12 jaar gelden tot het jongste kind twaalf is geworden.

Oudere huwelijkspartners

Wie langer dan vijftien jaar is getrouwd én op het moment van het scheidingverzoek binnen tien jaar de AOW-leeftijd bereikt, kan tot de AOW datum aanspraak maken op partneralimentatie.

Overgangsregeling langdurige huwelijken

De alimentatieplicht van iemand met een partner die ouder is dan 50 jaar, en die minimaal 15 jaar getrouwd zijn, is dan weer 10 jaar. Het betreft hier een overgangsregeling en deze uitzondering geldt 7 jaar na invoering van de wet. Na 2027 vervalt deze uitzonderingsgroep. De eerstkomende 7 jaar hebben alle 50-plussers na een huwelijk van minimaal 15 jaar dus recht op 10 jaar alimentatie.

Ook kunnen rechters rekening houden met schrijnende gevallen. Het is afwachten hoe de rechtspraak zich ontwikkeld. Verwacht wordt dat deze niet zal afwijken van de huidige jurisprudentie betreffende schrijnende gevallen.

In de aanloop naar de invoering van de wet is het dus goed om vooraf uit te rekenen of u als alimentatieplichtige of alimentatiegerechtigde het verzoek vóór of na 1 januari 2020 moet indienen. Om te onderzoeken welke aanpak voor u het beste is kunt u een vraag stellen aan advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Huwelijkse voorwaarden en faillissement: effectief of niet?

Bij een faillissement zullen schuldeisers zich willen verhalen op goederen van de ondernemer. De curator voorop. Goederen die van een gemeenschappelijke bankrekening zijn betaald behoren zonder tegenbewijs tot de gemeenschap van de huwelijkspartners. Hoe dit te voorkomen?

Ondernemen is risico nemen. De meeste ondernemers beseffen dit maar al te goed, maar slechts weinigen houden goed rekening met een persoonlijk faillissement. Veel ondernemers zonder vennootschap stellen voor het huwelijk huwelijkse voorwaarden op, en zetten al hun bezittingen op naam van de partner, en die alle bezit buiten bereik van schuldeisers houdt. Of dat ook effectief zal zijn bij faillissement is maar de vraag.

Bij een faillissement zullen schuldeisers zich willen verhalen op goederen van de ondernemer. De curator voorop. Goederen die van een gemeenschappelijke bankrekening zijn betaald behoren zonder tegenbewijs tot de gemeenschap van de huwelijkspartners. De ondernemer is daarvan mede-eigenaar en dus vallen die goederen in het faillissement. De partners doen er dus goed aan om bij te houden wie wat betaald en met wiens geld. Goederen die de partner aanschaft kunnen weliswaar met door haar verdiend geld zijn betaald, maar als het bewijs daarvoor dun is, kan een curator toch die goederen tot gemeenschappelijk vermogen rekening, zodat de huwelijkse voorwaarden geen effect hebben.

Banken willen wel krediet verschaffen, maar zien niet met lede ogen toe indien de ondernemer alle bezittingen op naam stelt van de partner die geen ondernemer is. De verhaalsmogelijkheden, en daarmee de kredietwaardigheid wordt daarmee uitgehold. Banken stellen meestal de eis dat, ongeacht de huwelijkse voorwaarden, de partner mee tekent en hoofdelijk schuldenaar wordt voor elk bedrijfskrediet.

De conclusie is dat huwelijkse voorwaarden goed kunnen werken mits maar niet in alle gevallen van faillissement.

Voot meer informatie om risico´s te verminderen biij een faillissement kunt u advies vraagen via 0900-advocaten of een vraag stelllen op onze website.

Onderhandse verkoop bij executieveiling

Een beslaglegger op een woning is die voorziet dat hij achter het net vist indien een executieveiling plaatsvindt, en alleen de hypotheekbank haar lening ziet ingelost, heeft belang bij een hoger opbrengst. De wet gaat altijd uit van het principe van maximalisatie van de opbrengst. Die beslaglegger kan aan de voorzieningenrechter onderhandse verkoop vragen, teneinde een hogere opbrengst te verkrijgen.

Indien een eigenaar van een woning in gebreke is met betaling van aflossing of rente kan een hypotheekhouder de executie van de woning ter hand nemen. Deze heeft het zogenaamde recht van parate executie.

De executieveiling staat sinds vele jaren bloot aan kritiek. Statistisch berekend is de opbrengst op een veiling lager dan de opbrengst bij een onderhandse verkoop. Dit betekend dat met een lagere opbrengst gerekend moet worden, dan wanneer de woning via een makelaar regulier op de woningmarkt zou worden aangeboden. De reden daarvoor wordt vaak gezocht in de ondoorzichtige markt. Vaak is de executieveiling een onderonsje tussen regionale opkopers die elkaar vaker tegenkomen.

Een hypothecaire verkoop leidt echter niet altijd tot een executieveiling ex art. 3:268 lid 1 BW. Er is immers tot aan de dag van executie nog de mogelijkheid voor een onderhandse verkoop van de onroerende zaak.
Uitsluitend de hypotheekhouder en de hypotheekgever, en sinds enkele jaren ook een schuldeiser die executoriaal beslag heeft gelegd op de woning, kunnen een bij de voorzieningenrechter een verzoek indienen tot onderhandse verkoop.

Het verzoek daartoe moet binnen één week vóór de voor de verkoop bepaalde dag worden ingediend. Bij dat verzoek moet de een overeenkomst tot verkoop ter goedkeuring wordt voorgelegd. Die onderhandse verkoop gaat volgens de regels van de wet, en daar wordt strikt de hand aan gehouden. Het verzoekschrift moet bevatten:
• een lijst van de in de wet uitdrukkelijk genoemde belanghebbenden, te weten:
o de hypotheeknemer-geldverstrekker,
o de schuldenaar, en
o de beperkt gerechtigden en beslagleggers (art. 544 lid 1 Rv).
• de koopovereenkomst;
• een kopie van de biedingen bij de notaris

Alle hier genoemde belanghebbende krijgen hierover bericht en kunnen hun mening hierover laten horen bij de voorzieningenrechter.
Door het verzoek wordt de openbare direct opgeschort. Indien het verzoek wordt afgewezen, bepaalt de rechter de datum waarop alsnog de openbare verkoop plaatsvindt.

De rechter kan het verzoek ook toewijzen zoals het is verzocht, maar hij kan ook bepalen dat de verkoop zal gebeuren op andere wijze, indien een van de bovengenoemde belanghebbenden alsnog (hypotheekgever, hypotheekhouder, beslaglegger of beperkt gerechtigde) voor de afloop van de behandeling van het verzoek aan de voorzieningenrechter een gunstiger aanbod voorlegt.

Welke belangen daarbij spelen kan eenvoudig worden beschouwd indien er een schuldeiser is die voorziet dat hij achter het net vist indien een executie plaatsvindt voor een lage opbrengst, die alleen de hypotheeklening dekt, of de schuldenaar die voorziet dat hij na executie met een behoorlijke restschuld blijft zitten. Die schuldeiser heeft dus belang bij een hoger opbrengst. De wet ook altijd uit van het principe van maximalisatie van de opbrengst.

Overigens is een dergelijk verzoek, hoe goed ook gemotiveerd, geen garantie van een onderhandse verkoop. De voorzieningenrechter verleent geen verlof als moet duidelijk wordt dat een veiling méér zal opbrengen dan de onderhandse verkoop. Indien voor het einde van de de behandeling van het verzoek een beter bod op tafel komt mag de rechter concluderen dat kennelijk de maximum prijs nog niet is gehaald. In zo´n geval kan niet worden uitgesloten dat bij een openbare veiling een hogere opbrengst kan worden behaald.

Meer informatie over executie en een verzoek tot onderhandse verkoop kunt u vinden op onze website. Voor direct vragen of rechtsbijstand kunt u bellen met 0900 advocaten of een email zenden aan info@advocaten.nl ,